Covid-19

Empirischdemie of louter theorie?

‘De waarheid van het levende individu is een subjectief beleven. Een landelijk platform speelt hierop in.’

Het klinkt voor sommigen als de zagende stem van je niet zo leuke manager of neurotische moeder die je tot de orde roept. Nieuws, televisie. Corona propaganda als een nieuw soort religie dat je moet behagen of vermijden. Documentaires schieten als paddestoelen uit de grond. Conspiracies en ideologieën in 5D, aan u om te speculeren.

‘Heb je het al gehoord? Dirk-Jan van FC Perikelen kan zijn vliegtuig nu niet halen!’

‘Kijk die volgers dat zijn de gevaarlijksten, dat zijn de nieuwe black friday nazi’s die de schappen van hun medemens ontnemen!’

Corona, een vrijbrief voor sensatiezoekers, cynisten en superieurgevoeligen die zich vergrijpen aan iedere vorm van expressionisme. Termen als ‘first come, first serve’ ‘egoïsten’ ‘naïevelingen’ ‘angsthazen’. Het vingertje wijzen geeft onze mensheid controle over een situatie die men dreigt te verliezen met alle frustratie van dien. Het is als een baby die niet weet wanneer moeder komt voeren en bij ieder gevoel van dreigende onwetendheid het uitschreeuwt, terwijl moeder altijd weer terugkomt.

Het uiten van emoties zorgt ook voor verbinding, anderen grijpen de kans aan om ‘small talks’ met een vreemde aan te gaan. Gedachten erop los te laten om verschillende scenario’s uit te spreken uit nieuwsgierigheid. Een kans om zaken ruimtelijker te benaderen.

Zo ruimtelijk dat we onszelf kunnen afvragen ‘hoe kan dit virus ons dienen als amorele aanwinst?’

Systemen ontstaan uit een existentiële crisis en andersom een kwestie van ‘wie was er eerder, het kip of het ei?’ Niemand weet wat ons eerder diende, de crisis of het systeem.

De natuur daarentegen liegt niet, zij verkondigd geen manipulatie. Kent geen goed of kwaad in ziekte en bederf. En laten we eerlijk zijn, mogen we niet zo nu en dan niet de prijs betalen zoals wat offers in ruil voor welvaart? Is het menselijke terugdringen van sterfte wel gerechtvaardigd wanneer wij overmatig dier en natuur consumeren. Mag moeder aarde dan niet enkele levens verteren op schaal van een menselijk ras dat natuur domineert? 

Decennia aan epidemieën hebben uitgewezen dat deze existentiële curve zo nu en dan terugkomt om ons aanpassingsvermogen te herontdekken. Dus wrijf je slaap uit je ogen en word wakker. Zolang de natuur ongemoeid haar werk doet, betekent dit dat het daadwerkelijke einde van de wereld nog niet in zicht is. 


Een reis met de trein

‘Zijn we dan echt ontspoord?’ 


Het is 2 minuten voor vertrek van de ICE direct richting Amsterdam Centraal. De laatst gearriveerden zullen het moeten ontgelden met het vinden van een zitplek. 

Na wat verwijtende zuchten en ontwijkende blikken voel ik naast irritatie een onderliggende boodschap 'geef mij ruimte'.


Eenmaal op adem gekomen en wat nederige sorry’s verder mag ik dan toch gaan zitten naast een meneer die zichzelf vermoedelijk het liefst liet teleporteren via het venster. Ik probeer mijn lijf zo roerloos mogelijk in de stoel te verzetelen wanneer de persoon naast mij zijn leuning pontificaal laat begrenzen tussen ons. Zijn schouder inclusief 5 cm dik gewatteerde jas domineert de leuning tijdens het parkeren van zijn laptop op de daarvoor bestemde tafel. 


Op een paar zakenlui na houdt iedereen stellig zijn jas aan alsof men een enkeltje Trans-Siberië Express heeft geboekt. 


Ik begin toch echt te aarzelen of alles een illusie is, de trein, de mensen. ‘Zijn wij dan echt ontspoord?’ 


Ik besluit om mijn ogen te sluiten. Het zicht op een prachtige beeldentuin omheind door weelderige bloemen en groen wordt bijgevallen door een Brabantse tongval die wijselijk alle ‘collegaatjes’ categoriseert alsof ze spreekt over de schijf van 5. De beeldentuin neemt nu plaats voor een visueel fiasco met 6 collega’s op één afdeling die zich beklagen over de bezuiniging van barista naar sligro koffie. Terwijl ze de laatste hap van haar croissant naar binnen schuift beaamd haar overbuurvrouw het verhaal met een knikje en een glazige blik. 


‘let op uw volume vergroot de kans op een gehoorbeschadiging’

Na een korte inventarisatie van de schijf van 5 of gehoorbeschadiging kies ik voor het laatste en dompel ik mezelf onder in mijn boek.


Eenmaal gearriveerd voelt het alsof ik al een dag erop heb zitten. Vol prikkels met als toegift mogelijk gehoorbeschadiging. Gelukkig heb ik nog mijn lange termijn geheugen wanneer ik terugblik op de lange dagen van files. In de auto zou de beeldentuin een fatale crash kunnen veroorzaken. En een boek in de auto? Ook niet zo een goede optie..



23 maart 2020 - dag 19-COVID


30 dagen nieuwjaarsdag

Een paar gestrande HVC werkers, een ‘vitaal’ beroep. Wat verloederde afvalresten, verwaarloosde troep. Kaiserbroodjes op de wegen, opgegeten, overleven. Geen haan die ernaar kraait, maar meeuwen daarentegen. 


Quarantaine 

het gevoel van een eindeloze nieuwjaarsdag, een slechte kater, een maatregel als een mokerslag. 


Corona 

Legt je het zwijgen op, zet je wereld op zijn kop


Achter slot en grendel, open ik mijn raam, wanneer de buurvrouw begint te praten en plots kan ik haar verstaan. Geen auto, geen fietser, geen brommer, geen bietser. Geen straatkrant, geen groet, geen ‘hebbie voor mij een euro voor een onderdakkie’ voor een drankie of een nakkie, een lekker groen takkie.


Quarantaine 

koortsachtig als een steek onder water, oneindige hoofdpijn bepaalt mijn theater


Corona 

collectief terugdringen van een bacterie, een kwestie van tijd of één groot mysterie


Nieuwjaarsdag, tussen oud en nieuw in, oude gewoontes of een nieuw begin.

Ontwricht en vervreemd, vraag ik mijzelf af, ‘heb ik netjes geleefd, mijn waarden nagestreefd? Kan ik omgaan met stilte, wanneer de chaos nabij is, kan ik omgaan met armoede, wanneer de weelde voorbij is?’


Gestructureerde chaos zet mijn wereld op zijn kop. De stem van mijn beeldbuis ‘geef die bacterie de strop!’ De stem van mijn beeldbuis roept duizenden vragen op. 



Ivoren toren 


De ivoren toren, de droom op de nacht van 17/07/2020 

Met gesloten ogen kruip ik over de glazen vloer die uitkijkt op de niet te herleiden afgrond.

Ik heb de lift gemist, de knop van de lift is weg. En als ik maar ver genoeg van de lift vandaan blijf, dan plots lijkt deze weer een knop te hebben. 

Met gesloten ogen kruip ik over de koude vloer. 1 meter, misschien 2, dan onverhoeds nog 800 meter. De afstanden in de toren zijn anders dan aan land. Ik heb geprobeerd te kruipen, te zwemmen, te schreeuwen en zelfs het lopen verging mij slecht. Ik durf en kan niet lopen, want als ik sta heb ik mijn ogen nodig om te kijken waar ik loop, en als ik loop moet ik bewegen. Misschien beweeg ik per ongeluk richting de glazen wand die zomaar zou kunnen breken waardoor ik val, en als ik val dan weet ik niet waar het eindigt. Zo was ik tijdens één van mijn kruip pogingen richting de lift wel eens twee dagen onderweg. Op de dagen dat ik minder poogde, kwam de lift dichterbij. Zolang ik stil zit gaat het goed, dan is alles overzichtelijk. Ook de wanden laten mij dan meer met rust. 

In de zaal buiten het glas om zit het vol met mensen. Het onbekende gezelschap heeft de schijn van een dialoog zonder geluid. Behalve mijzelf valt het niemand anders op dan mijn aanwezigheid. Niemand ziet iemand, een onverstoorde menigte richt zich tot het zelf. 

Er zit hooguit 3 of 300 meter tussen ons. 

Ik zie een stel bij de lift staan en onmiddellijk gaat de deur open. Met gesloten ogen schuifel ik naar voren in de hoop niet te eindigen met mijn gezicht tegen het glas dat uitkijkt op de 600 of 1800 meter diepe afgrond. 

¨Niet naar beneden kijken!¨ roep ik naar het jonge koppel. 

Bij het opkomen van een gedachte verplaatst het stel zich weer, net zolang totdat de duizelingen mij dwingen weg te kijken. 

Ik sleep mijn lijf naar voren en land volledig uitgeput op mijn gezicht.  

Dan blijf ik een poosje liggen, totdat de afstand tussen het glas en de vrije val verdwijnt. 

¨Is het al veilig?¨ vraag ik mijzelf.

¨Ja¨ antwoord ik terug. 

Voorzichtig open ik de ogen weer, het stel beweegt niet. 

¨Meneer weet u welke dag het is?¨ 

¨Het is gisteren.¨

¨Aha! En weet u wanneer het vandaag is?¨

De man lacht, ¨maar natuurlijk, vandaag is het gisteren!¨

¨En morgen?¨ 

¨Ook¨

¨Dank u!¨ Instemmend knik ik toe. 

Wanneer ik vandaag mijn ogen sluit, is het stel van gisteren vertrokken. 

Ze zijn het eerste stel dat mij vandaag heeft opgemerkt. En dat terwijl vandaag zo eenzaam is. Gisteren is de drukste dag van de week, of de maand. Gisteren zit vol met mensen die zich klaarmaken voor vandaag. Ik vraag mij altijd af waarom. Vandaag is niets te beleven, dan is het muisstil. Vandaag is het zo leeg hier binnen dat zelfs de glazen wanden ver van mij vandaan blijven. Maar morgen is mijn grootste zorg, dat is altijd, de dag, week, maand dat gisteren en vandaag samenkomen, en alles onverhoopt. Die kent zo veler diepten, dat ik snel verdwaal, en dan mijn toren, op de uitkijk, ontdek ik dat de mensen nauwelijks leven in mijn verhaal. Nee, vandaag blijf ik hier, zodat ik gisteren de lift kan nemen, en morgen weer verdwaal.